De Stenen Molen
 
Geschiedenis van de Oelegemse stenen molen
 
Martinus De Winter, tegelijk strodekker, herbergier, landbouwer en molenaar, startte met de bouw in 1845. Vermoedelijk was de molen pas maalvaardig in 1854. Zijn zoon, Louis De Winter, volgde zijn vader op in 1860 en zijn kinderen verkochten de molen in 1877 aan Philip Jules Mees, ook molenaar te Oelegem.
Hoewel het algemeen geweten was dat de Oelegemse molen het fijnste meel leverde van de vele dorpen in de omgeving, kon hij niet optornen tegen de concurrentie van de houten molen van Oelegem die eigendom was van de burgemeester, tevens eigenaar van de maalderij. Daarom kon Jan-Baptist Heylen, maalder en burgemeester van Oelegem, zijn stenen concurrent in 1891 opkopen en stilaan laten uitbollen. De wieken draaiden voor het laatst rond W.O. I. Dan deed het gebouw nog dienst als autobusgarage, opslagplaats, K.A.J.-lokaal en weekendverblijf. Via erfenis kwam de molen in 1930 in handen van Vincent Goossens, eveneens burgemeester van Oelegem. Beschietingen tijdens W.O. II brachten zware schade toe. De bescherming als monument in 1943 kon hieraan weinig verhelpen.
Een uitwendige restauratie in 1962 kon korte tijd verdere aftakeling tegenhouden. Het "Jaar van het Dorp" in 1978 leverde wel de goede wil voor nieuwe restauratieplannen die echter niet haalbaar bleken voor de eigenaars, nog steeds de familie Goossens. Intussen stond het gebouw leeg en nam de aftakeling duidelijker vormen aan.
 
Toen de heemkundige kring De Brakken van Oelegem in 1982 de Stenen Molen kon huren, werden de restauratieplannen in bescheidener vormen weer bovengehaald. De financiële bijstand die de Koning Boudewijnstichting en de Nationale Loterij in 1986 boden, zorgden voor een doorbraak in de problemen. Dankzij de belofte van het gemeentebestuur van Ranst om de molen aan te kopen, wat nog in 1986 kon gebeuren, kon in 1987 een eerste noodrestauratie worden afgewerkt, waarbij de molenkap, deuren en ramen vernieuwd werden. Een tweede noodrestauratie in 1990 liet toe alle rotte balken en zolderingen te vervangen.
De definitieve restauratie met nieuw gevlucht en draaiwerk met één koppel maalstenen startte op 30 januari 1997.
De inhuldiging gebeurde op 14 juni 1998.
 
Informatie
 
Naam:
Een zeldzame keer duikt de naam "De Timmerman" op voor de Oelegemse molen, afgeleid van de dichtstbijzijnde plaatsnaam op de primitiefste kadasterkaarten. De volksmond hield het echter bij de "Stenen Molen" om een onderscheid te maken met de houten molen, op de weg naar Wijnegem, die in 1940 afbrandde.
 
Ligging:
Oelegem (Ranst) – Kerkhoflei 1 – sectie C 536b
 
Type:
Ronde stenen beltmolen (met kunstmatige berg) – bovenkruier
 
Functie:
Korenmolen
 
Monumentenwetgeving:
Beschermd als monument bij Besluit van 26-8-1943
 
Enkele technische gegevens:
Basisbinnendiameter: 6,5 m – muurdikte: 100cm
Basis meelzolder: 6 m – muurdikte: 60 cm
Hoogte metselwerk van op de grond: 15 m + kap 3,5 m = 18,5 m
Hoogte van het metselwerk boven de belt: 11 m
Roeden: 12,75 m bij 2,8 m                              Staart: 13 m
Doorsnede vangwiel: 3 m                                Ringen: 12 m
Lengte koningas: 5,5 m                                   Lengte molenas: 4,5 m 
 
Eigenaar:
Gemeente Ranst: G. Peetersstraat 7, 2520 Broechem (Ranst)
 
Beheer:
Heemkundige kring De Brakken Oelegem vzw
Zetel: Kerkhoflei 1, 2520 Oelegem (Ranst)
 
Bezichtigen:
Iedere laatste zondag van de maand.
Open voor het Meulenmaal: iedere tweede zondag van de maand van september tot juni. Met de opbrengst worden onderhoud en kleine herstellingen bekostigd.