Oelegemse stambomen

Ludo Jacops is sinds 2000 bezig met het opstellen van zijn stamboom via de registers van de burgerlijke stand en de parochieregisters, onder meer van Oelegem. In 2019 bood hij aan om voortaan de genealogie of de kwartierstaat op te stellen van de persoon die we interviewen voor ons contactblad. Zo’n genealogie neemt al snel verschillende bladzijden in beslag, dus het is niet mogelijk die daar volledig af te drukken. Daarom brengen we daar enkel een korte samenvatting. Wil je de volledige stamboom bekijken, dan kan dat. Klik op de naam van de persoon in kwestie en je krijgt een pdf met de volledige stamboom te zien!

Een genealogie ‘lezen’ is niet eenvoudig als je er niet mee vertrouwd bent. Daarom heeft Ludo Jacops ook een korte handleiding gemaakt.

Onze genealogische reeks groeit gestaag aan, dus we zetten ze voortaan op een alfabetisch rijtje.

De oudst gekende voorvader van Delphine en Jos Ceulemans treffen we midden achttiende eeuw in de Lierse parochieregisters. Melchior Ceulemans trouwde op 16 oktober 1746 in de Sint-Gummaruskerk met de Lierse Joanna De Keijser en vestigde zich dan in Broechem. Een kleinzoon, Franciscus Ceulemans (1784-1855) zou de ‘overstap’ naar Oelegem maken. Hij kwam aan de kost als landbouwer, dagloner en bakker. Zijn zoon Benedictus en kleinzoon Constantinus ‘Stanneke’ zullen het bakkersambt combineren met de job van gemeenteontvanger. Het eerste huwelijk van Stan, in 1892, met Susanna Constantia Van Mechelen (1867-1910), bleef kinderloos. Met zijn tweede vrouw Aldegondis Aloysia Wens (1875-1937) kreeg hij drie zonen, waarvan er echter slechts één, Remi, de volwassen leeftijd zou bereiken. Remi trouwde met  Josepha Camille ‘Georgette’ Van Camp; het verhaal van twee van hun zes kinderen lees je in het derde contactblad van 2020.

De genealogie van François ‘Sooi’ De Herdt, wiens interview we in het het contactblad 2019-02 brachten, voert ons terug naar Kontich waar Joannes De Herdt met zijn vrouw Maria Catharina De Ridder tussen 1760 en 1770 vier zonen op de wereld zette. De volgende twee generaties vestigden zich in Edegem, maar achterkleinzoon Egidius De Herdt verhuisde in de jaren 1868-1869 naar Oelegem. Een van zijn zonen, jachtwachter ‘Fonske’ De Herdt (29 september 1867 – 3 oktober 1968), zou de gezegende leeftijd van 101 jaar bereiken! Met de Oelegemse Maria Daems kreeg hij drie zonen en drie dochters. Zoon Louis, schrijnwerker, timmerman én boswachter trouwde ook  met een Oelegems meisje, Stephania Van Camp. ‘Sooi’ (8 maart 1938 – 17 april 2019) was de jongste van hun zes kinderen.

De families de Herdt en Van Deun in 1933 of 1934 op een bank bij de remise van het Vrieselhof. Van links naar rechts: ‘nonkel Sooi’ François Van Deun, grootvader Fons De Herdt, zus Josephine De Herdt, tante ‘Stans’ Constance Van Deun,  neef Raymond Van Deun (met geweer), broer Stan De Herdt, moeder Stephanie De Herdt-Van Camp, vader Louis De Herdt met zus Frieda op schoot. Foto uit privécollectie

De voorouders van Leopoldus Petrus Josephus ‘Polleke’ De Swert zijn te traceren tot in 1720: op 6 april 1720 zag Alexander Henricus De Swert (1720-1763) het levenslicht in Antwerpen. Hij trouwde met de in Olen geboren Beatrix ‘Begga’ Verwimp en verhuisde daarheen. Omstreeks 1760 trok het gezin van Olen naar Tongerlo; ze kregen acht kinderen. Een van de zonen, Petrus Martinus De Swert (1749-1819) bleef met zijn vrouw Anna Maria Nuyens in Tongerlo wonen, waar hij ‘akkerbouwer’ was en twee dochters en twee zonen op de wereld zette.  Ook zoon Josephus De Swert (1783-1861) en zijn vrouw Anna Theresia Goor bleven in Tongerlo wonen met hun acht kinderen, waarvan één dochtertje dat als baby stierf. De volgende generatie zou er vertrekken: Ludovicus De Swert (1824-1877) vestigde zich na zijn huwelijk met  Anna Cornelia Filibert in Schilde; na de geboorte van de derde van hun zeven kinderen maakte het gezin tussen 1862 en 1865 de ‘overstap’ naar Oelegem. Het huwelijk van zoon Josephus De Swert (1862-1943) met de Oelegemse Maria Elisabeth Segers was vruchtbaar: ze kregen maar liefst elf kinderen, waarvan er echter wel vier als baby of peuter stierven. Tot dan toe waren de De Swerts altijd dagloners en landbouwers, Josephus was echter van vele markten thuis: hij verdiende de kost als dienstknecht, dagloner, landbouwer en fabrieksarbeider. Hun jongste kind, Carolus Gummarus Philippus De Swert (1904-1978) werd metser. Hij trouwde met Adela Augustina Stroeckx uit Ranst, met wie hij drie zonen en een dochter kreeg: Polleke, Tist, Gustaaf en Denise. Het interview met Polleke De Swert vind je in ons tijdschrift 2018-02.

In 2020 interviewden we Godelieve Mariën, ‘van den Ossekop’. Haar Oelegemse roots liggen bij haar moeder, Hortense Verpoten. De zeer uitgebreide genealogie van de familie Verpoten begint in het tweede kwart van de 18de eeuw bij Joannes Verpoten en Joanna Catharina Slaets uit Broechem. Opvallend feit: de grootouders van Godelieve, Charel Verpoten en Maria Magdalena Loots, zijn beiden achter-achter-achterkleinkinderen van deze Joannes! De Verpotens zijn generaties lang een Broechemse landbouwersfamilie, die hun bruiden meestal niet al te ver van huis zochten: ze trouwden met meisjes uit Nijlen, Massenhoven, Emblem, Broechem of Oelegem. Gommaar Verpoten verhuisde na zijn huwelijk in 1788 met de Oelegemse Elisabeth Smits naar hier. Charel Verpoten (Oelegem 1869 – 1944) zou breken met de traditie van generaties: hij werd geen landbouwer, maar bakkersgast en later broodbakker. In 1893 trouwde hij met Maria Magdalena Loots. Ze kregen elf  kinderen, waaronder de koster Jos Verpoten en meester Gust Verpoten van de jongensschool. Dochter Hortense nam na haar huwelijk met Sooi Mariën de bakkerij en herberg van haar ouders over. Het verhaal van hun jongste dochter Godelieva Nathalia Florentina Mariën vind je in het contactblad 2020-01.

Gezellig kaarten in de warme bakkerij. Op de rug gezien bakker Armand ‘den Ossekop’ Mariën, naast hem moeder Hortense Mariën-Verpoten, aan de overkant van de tafel Godelieve D’haen-Mariën, haar oudste dochter Marleen en ‘Lowieke van de Keller’, gehuwd met een nicht van Hortense. Foto Gilbert d’Haen, privécollectie.

De zoektocht naar de voorouders van Gaby Onsea (geboren op 29 september 1919!) heeft ons door heel wat gemeenten van onze provincie gebracht: we vonden de familie terug in Putte, Onze-Lieve-Vrouw-Waver, Sint-Katelijne-Waver, Bonheiden, Schriek, Nijlen, Broechem en Bevel. De oudste momenteel gekende voorouder troffen we aan in de parochieregisters van Rijmenam: Ludovicus Onsea werd er gedoopt omstreeks 1651 en overleed er op 30 november 1729. Zijn achterkleinzoon Felix Onsea vestigde zich na zijn huwelijk met Anna Catharina Wils in 1877 in Broechem; diens zoon Louis verhuisde na zijn huwelijk met  Maria Ludovica ‘Wispiet’ Wuyts naar Oelegem. Uit dit huwelijk kwam onze 100-jarige als vierde kind ter wereld. Haar verhaal kan je lezen in het contactblad 2019-04. Een jaar later kregen we bericht dat Gaby op 30 april 2020 zachtjes is ingeslapen.

Vijf vriendinnen warm ingeduffeld om de jaarmarkt te bezoeken poseren voor de winkel van Maria Daniëls.In de winkelraam zie je de weerspiegeling van wat tot voor kort de winkel ‘bij Joris en Gilberte’ was Gaby Onsea staat in het midden. Foto uit privécollectie

Tijdens de lockdown omwille van het coronavirus was het moeilijk iemand te interviewen. Dus loste voorzitter ‘meester Johnny’ John Van de Velde dit creatief op door zijn herinneringen en informatie uit gesprekken met zijn moeder in interviewvorm neer te pennen. De zoektocht naar de voorouders van de ‘Oelegemse’ tak van de familie, via zijn moeder Marcella Peeters en zijn grootmoeder Fien Daelemans, voert ons naar de zeventiende eeuw en naar Sint-Antonius-Brecht waar op 12 februari 1660 Joannes Claessens werd gedoopt. Een van zijn kleinzonen, Franciscus Claessens, verhuisde tussen 1813 en 1814 met zijn jonge gezin naar Oelegem. Een achter-achterkleindochter, Rosalia Philomena Claessens trouwde op 21 augustus 1902 met de Ranstse fabrieksarbeider Ludovicus Carolus ‘Louis’ Daelemans en volgde – uiteraard – haar man naar Ranst. Hun vierde kind, Josephina ‘Fien’ Daelemans (1906-1985) keerde na haar huwelijk met Ludovicus of Louis ‘de Witte’ Peeters (1901-1985) naar Oelegem terug. En daarmee zijn we aan de generaties gekomen waarvan je het verhaal in ons tweede contactblad van 2020 kan lezen.

Vader Staf Van de Velde en de tweeling John en Karina

In het vierde contactblad van 2020 vertellen Jules en Edward Sels het verhaal van hun ouders en van hun jeugd. Naar goede gewoonte maakte Ludo Jacops de stamboom van de familie op. De oudste stamvader die hij kon opsporen is geboren rond 1550, in Duffel. Zijn achternaam werd als Zels, Zelle en Zell geschreven. Vijf generaties later trok Johannes Zell, ook Jan Zels genaamd (1682-1746) weg uit Duffel, naar Boechout. Voortaan zal de schrijfwijze van de achternaam ‘Sels’ zijn. Een van zijn kleinzonen, Joannes Franciscus Sels (1736-1822), lijkt een rusteloze ziel: vanuit Boechout trok hij met zijn groeiende gezin van Mortsel naar Oelegem, vervolgens naar Wuustwezel en Broechem om tenslotte in Zandhoven te eindigen. Nog eens drie generaties later zou Joannes Constantinus of Stan Sels ( 1909-2005), de stamvader van de familie Sels waarover je in ons contatblad kon lezen, uit Zandhoven vertrekken en zich in Oelegem vestigen.

Het portret van de volledige familie Sels werd genomen na de geboorte van het jongste kind, Rita, op 2 oktober 1952. In de jaren 1950 bevielen nog heel wat vrouwen thuis. Al werd het stilaan de gewoonte om voor een bevalling naar het ‘moederhuis’, de kraamkliniek te gaan. Links naast het bed staan, van links naar rechts: Yvonne (1938), Jules (1939), Greta (1937), Roger (1942), Angèle (1935-2009), Jos (1933-2012) en vader Stan. Rechts naast het bed staan Maria (1934-2001) en Jacqueline (1940-2004). Op het bed zitten links Maurits (1946), Herman (1945-2018) en Gerard (1944); rechts zit de kleine Edward (1949). Centraal uiteraard moeder Jeanne Janssens met in haar armen baby Rita (1952). De dame in het uniform is de zogenaamde ‘goei vrouw’, vroedvrouw mevrouw Smolders-Cuyvers uit Schilde. Zij hielp alle kinderen Sels ter wereld komen.

Zoals wel meer Oelegemnaars stamt Gusta Van Hoof af van een familie van landbouwers en handwerkers. De oudst bekende voorvader, Jacobus Van Hoof, woonde in ’s Gravenwezel. Hij kreeg met zijn vrouw Anna Ceulemans minstens twee zonen. De oudste, Franciscus, werd geboren rond 1767. Na diens huwelijk met Anna Maria Hendrickx en de geboorte van een dochter, verhuisde het gezin naar Sint-Job-in-’t Goor. Daar volgden nog drie zonen. Zoon Jacobus (1796-1827) trouwde met Theresia Besseleers, zij kregen een zoon, Josephus, en een dochter, Ana Catharina. Josephus Van Hoof (1821-1892) verhuisde in 1852, na zijn huwelijk met Anna Maria Mariën, naar Oelegem, naar hoeve De dry Boerkens in de Beeldekensstraat. Hun enige kind, Ludovicus (1853-1935) trouwde met  Maria Theresia Janssens uit Pulderbos. Ze kregen drie zonen, waarvan een doodgeboren, en twee dochters. Uit het huwelijk van Josephus Augustinus of ‘Gust van de Kleine Grote’ (1886-1973) met Maria Laurentia Augusta ‘Rans Bal’ Verwerft werden drie dochters geboren: Carolina Ludovica Francisca, die nauwelijks drie weken oud werd, Maria Theresia en Augusta Maria Alphonsina of ‘Gusta van Rans Bal’. Het interview met Gusta verscheen in ons contactblad 2018-01.

In ons contactblad 2019-01 kon je een interview lezen met Maria Paulina ‘Plin’ Van Reusel. De oudst gekende voorouders van Plin woonden in Zandhoven: het gezin van Petrus en Elisabeth Van Reusel-Vercammen. Op 21 augustus 1759 kregen ze een zoon, ook Petrus genoemd, die ze nog op dezelfde dag lieten dopen. In een tijd dat de kindersterfte zeer hoog was, was dat de normale gang van zaken: het was belangrijk dat geen enkel kind het risico liep ongedoopt te overlijden. De verschillende generaties verhuisden, maar in een relatief kleine radius: van Zandhoven over Schilde en Brecht naar Oelegem. Ze zijn en blijven ook over alle generaties heen landbouwers. De tweede Petrus Van Reusel trouwde op 26 juli 1796 in Schilde met Anna Maria Mertens. Het koppel vestigde zich in Schilde, waar ze drie zonen en twee dochters grootbrachten. Hun oudste zoon, Joannes Baptista Van Reusel trouwde een eerste maal in Schilde op 23 januari 1837 met Anna Maria Hertoghs, waarna ze naar Brecht verhuisden. Ze kregen drie kinderen maar Anna Maria overleed kort na de geboorte van de jongste. Als weduwnaar met een boerderij en drie kleine kinderen hertrouwde Joannes Baptista Van Reusel al snel, op 25 juni 1842, met Joanna Petronella Thys . Uit dit tweede huwelijk volgden nog vijf kinderen, allemaal jongens. Hun op een na jongste zoon, net als zijn vader Joannes Baptista Van Reusel gedoopt (1850 – 1901) vestigde zich na zijn huwelijk op 28 december 1881 met Paulina Dielens in Oelegem. Er kwamen zes kinderen, eerst vier zonen en dan twee dochters. Toen haar man in 1901 plots overleed door een gesprongen appendix, bleef Paulina achter met zes minderjarige kinderen tussen 17 en 3 jaar oud. De oudste, Cornelius Van Reusel , roepnaam ‘Sus’, was oud-strijder van WO I. Als dienstplichtige van het jaar 1906 werd hij gemobiliseerd op 31 juli 1914. Amper twee weken  nadat hij was gedemobiliseerd trouwde Sus op 31 mei 1919 in Oelegem met de uit Wijnegem afkomstige Maria Elisabeth ‘Lisa’ De Winter . Zij bleven in Oelegem in het gehucht tussen Maas en Moor en  kregen zes kinderen waarvan Maria Paulina of ‘Plin’ de oudste was. Plin trouwde op 29 augustus 1942 in Ranst met haar buurjongen Ludovicus ‘Lou’ Kerkhofs, ook bijgenaamd ‘De Pitte’.

Plin met kleinzoon Bart op de arm achter de boerderij op de Oelegemsteenweg, naast ‘de ramp’, de brug over het kanaal.

De stamboom van Elisabeth Johanna Ludovica Verheyen of  ‘Liza van de gerre’ (ze kwam aan het woord in ons contactblad 2018-04) voert ons naar het noorden van de provincie Antwerpen. De oudst bekende voorvader, Petrus Cornelius Verheyen (1624-1690) was afkomstig uit Minderhout. Met zijn vrouw Johanna Francisca Jacobs kreeg hij minstens vier zonen. Zo’n tien jaar na hun huwelijk verhuisden ze naar Wortel. Daar zou de familie gedurende vier generaties boeren; hun bruiden haalden ze uit Meer, Wortel, Hoogstraten en Wechelderzande. Na Jacobus (1668-1736) en Maria Wouters, hun enige zoon Jacobus (1709-1783) en Anna Verheyen-Schoofs, volgde nog hun enige kleinzoon Jacobus Gummarus (1742-1795)  en Maria Catharina Verheyen-Van Hoeck. Omstreeks 1791 verhuisden deze laatsten naar Rijkevorsel. Hun jongste zoon Cornelius (1786-1834) en Maria Verheyen-Pauwels vestigden zich  na hun huwelijk in Westmalle. Een van hun zonen, Joannes Verheyen (1829-1881) sloeg een andere weg in. Hij trok naar Oelegem en was er maalder en brugwachter. Na de dood van zijn eerste echtgenote, Maria Theresia Bernaerts uit Halle, hertrouwde hij met Anna Catharina Verhaegen, herbergierster en landbouwster uit Wijnegem. Hun op een na jongste kind, Ludovicus Franciscus (1867-1953) en Maria Josephina Verheyen-Sebreghts uit Zandhoven waren opnieuw landbouwers, op de boerderij op de Oude Baan, vlak bij het kanaal. Ze kregen drie zonen. De jongste, Victor Augustinus (1895-1979) en Maria Verheyen-Van Rompay volgden hen op op de hoeve. De drie dochters Leonie, Liza en Stefanie werkten mee in het bedrijf. Een eind verderop, waar nu de zwaaikom is, lag de Bolkerhoeve. Liza trouwde met een van de zonen, Jozef Van de Velde, de laatste veldwachter van Oelegem.