Over de molen

OVER DE MOLEN
In de volksmond staat hij bekend als ‘de stenen molen’ om een onderscheid te maken met die andere Oelegemse molen, een houten windmolen op de weg naar Wijnegem, die in 1940 afbrandde.

Geschiedenis
Martinus De Winter-De Backer, Oelegems landbouwer, strodekker en herbergier, startte in 1845 met de bouw van een stenen molen. Vermoedelijk was de molen pas maalvaardig in 1854. In afwachting daarvan was er sinds 1852 een graanrosmolen in een schuur in gebruik. Louis De Winter volgde zijn vader op in 1860. De graanrosmolen deed niet langer dienst en veranderde in magazijn of pakhuis.

Hoewel onze stenen molen naar verluid het fijnste meel leverde van de vele dorpen in de omgeving, kon hij niet optornen tegen de concurrentie van Jan-Baptist Heylen. Deze molenaar- burgemeester van Oelegem was eigenaar van de houten molen én van de naburige maalderij. Heylen kon zijn stenen concurrent op 18 februari 1891 opkopen en stilaan laten uitbollen. De wieken draaiden voor het laatst rond WO I.

De erfgenamen Heylen verhuurden de molen in de jaren 1920 aan ‘den ottobusser’ Jos Vermeulen, die hem een tijdlang gebruikte als garage voor zijn autobus. Daarna deed de molen nog dienst als opslagplaats voor steenkool, als lokaal voor de Oelegemse KAJ en als buitenverblijf voor enkele Antwerpse families. Via erfenis kwam de molen in 1930 in handen van Vincent Goossens, ook burgemeester van Oelegem.

In oktober 1943 werd de windmolen ondanks leegstand en verval beschermd als monument. Bij de bevrijding in 1944 werd de molen enkele malen getroffen door Engels geschut, met een aantal gaten in kap en romp en een hap uit de koningsspil op de kapzolder als resultaat.

In de publicatie Molens en maalderijen in Broechem, Emblem, Oelegem en Ranst geeft Luc Verachtert op pagina 149 – 158 een uitgebreide geschiedenis van de stenen beltmolen en zijn graanrosmolen. De pdf van dit hoofdstuk vind je hier . [link naar pdf van dat hoofdstuk]

Werken aan de molen
Onder impuls van burgemeester Harold Della Faille liet toenmalige eigenares mevr. Goossens in 1962 de molen uitwendig restaureren door molenmaker Caers uit Kasterlee, een louter ‘cosmetische’ ingreep. Toen de heemkundige kring De Brakken in 1982 de stenen molen huurde, werden de restauratieplannen weer bovengehaald. Nog voor de eerste noodrestauratie kon starten, besliste de eigenares de molen aan de gemeente Ranst te verkopen.

In 1986 startte molenbouwer Caers naar ontwerp van architect Paul Gevers met het vernieuwen van de molenkap, de deuren en de ramen. Bij een tweede noodrestauratie in 1990, opnieuw door molenbouwer Caers, zijn alle rotte balken en zolderingen vervangen.

Ondertussen ijverden gemeente en heemkundige kring verder voor de definitieve restauratie tot maalvaardige molen, naar ontwerp van Paul Gevers en zijn opvolger Patrick Van Roy. In 1996 wees de gemeente de werken toe aan de N.V. Verstraete uit Roeselare (Rumbeke). De definitieve restauratie met nieuw gevlucht en draaiwerk met één koppel maalstenen startte op 30 januari 1997. Op zondag 14 juni 1998 volgde de plechtige inhuldiging door burgemeester Mon Goossens.

Sindsdien staken onze Oelegemse molenaars regelmatig zelfde handen uit de mouwen. Het gedetailleerde overzicht van kleinere en grotere onderhoudswerken en herstellingen die tot en met 2016 zijn uitgevoerd, zowel door de vrijwilligers van De Brakken als door de technische dienst van de gemeente of door externen, kan je lezen op pagina 199 – 232 van het boek Molens en maalderijen in Broechem, Emblem, Oelegem en Ranst.
De pdf van dit hoofdstuk vind je hier . [link naar pdf van dat hoofdstuk]

Van molenerf naar heemsite
Sinds de heemkundige kring De Brakken in 1982 ‘huurder’ werd van de molen, hebben we ons steeds vooral ‘hoeder’ van dit belangrijke lokaal erfgoed gevoeld. Decennialang was de eerste bekommernis een maalvaardige restauratie. Na de restauratie van 1998, is de focus verschoven naar behoud en beheer.

Uiteraard zal behoud en beheer van ons molenerfgoed steeds de basis blijven. Maar vandaag willen we een stap verder gaan en de molen nog meer gebruiken als een instrument om de immateriële kennis van ambachtelijke vaardigheden niet alleen levend te houden maar ook door te geven aan de generaties na ons.

Het is niet onze bedoeling een eerder doodse verzameling alaam en afgewerkte producten van diverse ambachten te tonen. We willen integendeel een beperkt aantal ambachten op een actieve manier ontsluiten. Daarom willen we op het terrein rond de molen graag twee gebouwtjes optrekken, eerst een bakhuis en nadien een smisse.

De gebouwen zullen met hun nokhoogte slechts 50 cm boven de onderkant van de onderste wiek komen, terwijl ze op ruim twintig meter van de molenromp komen. Vermits de molenbelt 4,5 m hoog is en de onderste wiek een halve meter hoger eindigt, betekent dit een nokhoogte van 5,5 meter, waardoor de vrije windvang niet zal gehinderd worden.

We willen een samenhangend ensemble realiseren, waarbij we de erfgoedwaarde van de hele molensite versterken. Dat kan door de authentieke elementen (molen en molenbelt) op een harmonieuze wijze te laten samengaan met een beperkt aantal nieuwe invullingen. Onze betrachting is vooral om op regelmatige basis molen, bakhuis en smisse in bedrijf te brengen en er van bepaalde ambachten initiaties te geven. De erfenis van ons verleden is een rijkdom voor de toekomst!

Technische fiche
Stenen beltmolen/ bovenkruier/ graanwindmolen